Brochure (Innovatie in Energie)
De laatste jaren zijn er steeds meer nieuwe technieken geïntroduceerd om de energievraag te beperken, duurzame energie in te zetten en installaties te optimaliseren. In deze publicatie wordt van deze nieuwe ontwikkelingen een doorsnede gegeven.
ECN publicatie: Titel: Auteur(s): Boonekamp, P.G.M.; Gerdes, J.; Vreuls, H.H.J.; Verdonk, M.; Pouwelse, H.
Samenvatting: In dit rapport worden de energiebesparingcijfers gepresenteerd voor de periode 1995-2006, berekend volgens het Protocol Monitoring Energiebesparing (PME). De besparing wordt berekend voor de verbruiksectoren industrie, huishoudens, transport, land- en tuinbouw, diensten en raffinaderijen, de elektriciteitscentrales en het nationale niveau. De nationale besparing in de periode 1995-2006 bedroeg gemiddeld ruim 0,9% per jaar. Als er vanaf 1995 niét zou zijn bespaard, dan zou het energiegebruik in 2006 ongeveer 11% hoger zijn geweest. Per sector varieert de besparing tussen 0,4% voor Transport en 2,1% voor de Land- en tuinbouw (inclusief 0,4% door warmte/kracht). In de figuur wordt het verloop van de gemiddelde jaarlijkse besparing vanaf 1995 gegeven. De nationale besparing blijkt na 2000 geleidelijk af te nemen. Hetzelfde geldt voor de Industrie en, met fluctuaties, Huishoudens en Transport. De besparing door warmte/kracht-productie bij verbruikers is ook afgenomen na 2000. Hetzelfde geldt voor besparing bij centrales, hoewel hier in 2006 een herstel optreedt. De onzekerheidsmarge voor de PME-resultaten is tamelijk groot, onder andere door het ontbreken van data voor de Dienstensector. Gezien de diverse overeenkomende ontwikkelingen kan echter geconcludeerd worden dat het besparingstempo na 2000 een dalende tendens toont tot een niveau duidelijk lager dan 1% per jaar. Een vergelijking van Europese besparingscijfers laat zien dat Nederland gemiddeld presteert.
| ||||||||||||||||






